Wandelen in het donker


Wandeltips voor wandelen in het donker


Plan je route goed. In het donker kan de wereld er soms heel anders uitzien, waardoor het lastiger is om herkenningspunten te vinden. Ga daarom niet zomaar ’s nachts in een totaal onbekende omgeving op pad.


Houdt bij het plannen van je wandeling in het donker rekening met de paden die je tegenkomt. Vermijd paden met veel hobbels en kuilen. Die zie je in het donker niet en dat kan voor nare valpartijen zorgen.


Na zonsondergang is het vaak niet toegestaan om natuurgebieden te betreden. Zorg er daarom voor dat je vóór zonsondergang weg bent uit die gebieden. Je verstoort anders namelijk het wild in het natuurgebied en je hebt kans dat je een boete krijgt. Soms is het toegestaan om een natuurgebied ’s nachts te betreden, bijvoorbeeld tijdens een excursie onder begeleiding van een boswachter.


Zorg dat je zichtbaar bent. Ook in het licht van straatlantaarns ben je als wandelaar voor fietsers en automobilisten niet goed zichtbaar. Zorg er daarom voor dat je bijvoorbeeld een reflecterend hesje of een reflecterende armband draagt, zodat je extra opvalt in het donker.


Blijf zelf ook opletten als je op de openbare weg loopt.


Neem een zak- of hoofdlamp met reservebatterijen mee, maar gebruik die zo min mogelijk. Elke keer dat je je zaklamp aan en uit doet moeten je ogen wennen aan het licht en donker, waardoor je minder ziet. Probeer je nachtwandeling bij volle maan te plannen. Dan zie je in het maanlicht al veel meer.


Ga bij voorkeur niet alleen, maar met een groepje op pad. Dan is er altijd iemand in de buurt als er wat gebeurt en het is nog gezellig ook!


De nachten kunnen soms verrassend fris zijn. Neem daarom altijd een extra vest of trui mee en voor langere tochten een thermoskan heet water voor een kopje thee, koffie of soep.


Wees een beetje stil. Mensen en dieren rusten ’s nachts en in een stille nacht kan geluid ver dragen.


Bron wandel magazine